Ter illustratie van de verschillende stemtactieken die er zijn, maken wij gebruik van een fictieve partij met 20 kandidaten. De partij is gepeild op 10 zetels, en heeft een man-vrouw verdeling van 7 vrouwen en 13 mannen (35 procent vrouw). Wanneer iedereen op de lijsttrekker of eerste vrouw op de lijst stemt, komen er 3 vrouwen en 7 mannen in de Tweede Kamer.

Strategie 1

Stem op de eerste vrouw op de lijst die volgens de peilingen geen zetel krijgt

Met strategie 1 wordt het snelst resultaat behaald. Al wanneer 5 procent van de vrouwelijke stemmers meedoet met deze strategie komen er zes vrouwen meer in de Tweede Kamer dan nu het geval zou zijn volgens de peilingen. Dit is een strategie die wij aanbevelen, omdat deze vrijwel zeker effect heeft – zelfs wanneer maar een klein percentage stemmers deze lijn volgt.

Omdat de peilingen slechts voorspellingen zijn, kan het zo zijn dat de eerste vrouw buiten de peiling uiteindelijk toch sowieso een zetel krijgt. Echter is de kans dat de eerste kandidaat die buiten de peilingen valt een vrouw is kleiner dan dat het een man is, simpelweg omdat er een aanzienlijk aantal meer mannen dan vrouwen op de lijsten staan. Om zekerder te zijn dat het een vrouw buiten de peiling betreft kan je de tweede vrouw buiten de peiling kiezen, of een vrouww nog lager op de lijst.

Ook kan het (bij sommige kandidatenlijsten) gebeuren dat een vrouw met voorkeurstemmen de plek van een andere vrouw inneemt. Statistisch gezien is de kans dat dit een man treft echter veel groter; er staan nu eenmaal meer mannen dan vrouwen eerder op de lijst.

Strategie 2

Stem willekeurig op een van de vrouwen op de kandidatenlijst die volgens de peilingen geen zetel krijgt

Deze strategie is zeer effectief vanaf het punt dat 45 procent van de vrouwelijke stemmers meedoet. Deze strategie is wel iets riskanter dan voorgaande strategieën. Vanaf 45 procent participatie wordt strategie 2 ineens een heel stuk effectiever dan de rest, en komen er 48 vrouwen meer in de Tweede Kamer (!) dan nu het geval zou zijn volgens de peilingen.

Strategie 2 bereikt deze 48 vrouwen extra ook al een heel stuk eerder dan strategie 3 (wat de meest effectieve strategie zou zijn als meer dan 70 procent van de stemmende vrouwen mee zou doen).

Strategie 3

Willekeurig stemmen een vrouw (ongeacht haar positie op de lijst)

Wanneer stemmers in enorme getalen mee zouden doen met strategie 3, zou dit de meest effectieve strategie zijn. Er zouden 113 vrouwen in de Tweede Kamer komen wanneer 70 procent van de stemmende vrouwen aan deze strategie meedoet. Echter, wanneer minder stemmers voor deze strategie kiezen is het een van de minst effectieve strategieën.

Alleen strategie 7 en 8 zijn nog minder effectief (zie link onderaan deze pagina). Dit geeft wel aan dat deze strategie effectiever is dan het stemgedrag dat normaal gesproken wordt toegepast in Nederland (waar strategie 7 en 8 een redelijke representatie van zijn).

Klik hier om nog zes strategieën te bekijken

__________________________________
DISCLAIMER EN UITLEG 

Alle strategieën en berekeningen gebaseerd zijn op een onderzoek van informatiekundigen Michaël Amir en Rosa Hudepohl. De strategieën zijn scenario’s op basis van een aantal aannames. Uiteraard kunnen wij nu niet weten hoeveel mannen en vrouwen er precies naar de stembus gaan op 15 maart.

Waarop zijn deze cijfers gebaseerd?

De resultaten van deze strategieën zijn gebaseerd op de peilingen van 5 maart 2017.

We gaan uit van een opkomst van 75% van de stemgerechtigde vrouwen. Alle partijen krijgen evenveel stemmen van mannen als van vrouwen. Als een partij volgens de peilingen bijvoorbeeld 16 zetels zou krijgen, zijn daarvan 8 afkomstig van de stemmen van vrouwen.

Hoe berekenen jullie hoeveel vrouwelijke stemmers er zijn?

Volgens het CBS zijn er 12,9 miljoen stemgerechtigden. We gaan uit van een opkomst van 75%. Sinds 2000 is de opkomst gemiddeld 77,8%; wij nemen dus een veilige marge. De verwachte opkomst is zodoende 9.675.000 stemgerechtigden, waarvan wij uitgaan dat de helft vrouw is; 9.675.000/2 = 4.837.500. We gaan er ook vanuit dat er evenveel mannen als vrouwen op elke partij stemmen.

Hoe berekenen jullie hoeveel mannen en hoeveel vrouwen er op een bepaalde partij stemmen?

Wanneer we uitgaan van een bepaald percentage aan deelname is het zo dat we dat percentage voor elke partij gelijk houden. Oftewel wanneer 5% van de vrouwen meedoen, betekent dit dat 5% van de op de PVDA stemmende vrouwen meedoet, 5% van de VVD stemmende vrouwen etc.

Hoe komen de berekeningen per scenario tot stand?
In de dataset hebben we aan de hand van de data van de Peilingwijzer de percentages (peilingen van 5 maart) vermenigvuldigd met het verwachte aantal stemmen. Bijv. 9.675.000 * 7,9% = 764.325 stemmen voor de PvdA.

De helft van dat aantal stemmen komt volgens onze aannames dus van vrouwen. Bijv. 764.325/2 = 382.162 stemmen van vrouwen op de PvdA. Dit aantal stemmen vermenigvuldigen we met het percentage deelnemende vrouwen. Bijv. 382.162 * 5% = 19.108 stemmen voor de PvdA.
Wanneer dit aantal stemmen aan de eerste vrouw die buiten de peiling valt wordt gegeven krijgt deze vrouw dus, in het geval van de PvdA, 19.833 stemmen en daarmee is de voorkeursdrempel ruim behaald.

Wat als de peilingen niet kloppen?

Omdat de peilingen voorspellingen zijn die niet altijd kloppen kan het zo zijn dat de eerste vrouw buiten de peiling uiteindelijk toch sowieso een zetel krijgt. Echter is de kans dat de eerste kandidaat die buiten de peilingen valt een vrouw is kleiner dan dat het een man is, simpelweg omdat er een stuk meer mannen dan vrouwen op de lijsten staan.

Om zekerder te zijn dat het een vrouw buiten de peiling betreft kan je de tweede vrouw buiten de peiling kiezen, of gewoon iemand nog veel verder op de lijst. Ook kan het altijd gebeuren dat een vrouw met voorkeursstemmen de plaats van een andere vrouw inneemt. Statistisch gezien is de kans dat het een man betreft echter weer groter dat zij de plek van een man inneemt om dezelfde reden als eerder genoemd; er zijn nu eenmaal meer mannen dan vrouwen eerder op de lijst.

Waarom gaan jullie uit van enkel vrouwelijke kiezers in deze scenario’s?

Uit onderzoek is gebleken dat vooral vrouwen op vrouwelijke Kamerleden stemmen. Vanzelfsprekend maakt het niet uit of mannen of vrouwen op vrouwelijke kandidaten stemmen.

Welke dataset hebben jullie gebruikt?
De dataset die gebruikt is is een combinatie van de data van Peilingwijzer en de kandidatenlijsten verkregen van de Kiesraad. Hierbij zijn alle kandidaten die enkel regionaal op de kieslijsten staan er uitgehaald.

– Michaël Amir behaalde vorig jaar zijn bachelor-diploma Informatiekunde en is sindsdien werkzaam als product manager in de online reisindustrie.

Rosa Hudepohl behaalde vorig jaar eveneens haar bachelor-diploma Informatiekunde en werkt nu aan een platform voor social sharing in de reisindustrie.