Eenzaam aan de top: Ervaringen van vrouwelijke ministers

In dit blog bespreken we de 65-jarige geschiedenis van vrouwelijke ministers in Nederland. Hoe hebben deze vrouwen hun ministerschap zelf ervaren? Zien we na de kabinetsformatie van 2021 wel evenveel vrouwelijke als mannelijke ministers terug? En kan een geschiedenis van ongelijkheid leiden tot een rooskleurige toekomst?

65 jaar vrouwelijke ministers in Nederland

Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 mochten vrouwen zich verkiesbaar stellen en kwamen zij dus officieel in aanmerking voor een ministerpost. Maar wist je dat het  toen nóg 40 jaar duurde voordat de eerste vrouwelijke minister in het kabinet zitting nam?

De eerste vrouwelijke minister was Marga Klompé. In 1956 werd zij benoemd tot minister van Maatschappelijk Werk. In 1963 bracht zij de Algemene Bijstandswet in, die het recht op bijstand door de overheid vastlegde. Dit was heel belangrijk voor vrouwen, omdat de wet het onder andere mogelijk maakte dat vrouwen konden scheiden. Via de Bijstandswet konden zij financieel onafhankelijk worden van hun man.

Sinds het aantreden van Klompé, tot aan 1977, zat er slechts één vrouw in het kabinet. Dit werd ook wel de periode van de ‘excuustruus’ genoemd; de vrouw die getolereerd wordt om de schijn van seksisme te voorkomen. Vergeet niet: het ministerschap is een positie met veel macht. Misschien was het te verwachten dat de zittende mannelijke ministers niet stonden te springen om ruimte te maken voor de vrouwelijke ministers.

Het mocht een kwart eeuw duren, maar in 1982 bij het kabinet Lubbers-I kwamen er twee vrouwen in het kabinet: dit waren Neelie Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat, en Eegje Schoo, minister van Ontwikkelingssamenwerking. Sinds de jaren ‘90 zijn er gemiddeld vijf vrouwelijke ministers per kabinet. 

Toen Kabinet Rutte III in 2017 haar intrede deed, waren er 6 vrouwelijke ministers op een totaal van 16. De samenstelling van het kabinet is inmiddels flink veranderd. Per november 2021 zijn er 15 ministers waarvan 4 vrouwen: Kasja Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en viceminister-president, Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Barbara Visser, minister van Infrastructuur en Waterstaat. Al deze ministers zijn op dit moment officieel demissionair, omdat er verkiezingen geweest zijn maar er officieel nog geen nieuw kabinet is aangetreden.

De werkomstandigheden van vrouwelijke ministers

Vrouwelijke ministers wordt het niet makkelijk gemaakt. De vergrote zichtbaarheid van vrouwelijke ministers – juist door hun zeldzaamheid – gaat gepaard met moeilijkheden zoals (online) haat en bedreigingen, extra druk om te presteren en stereotypering in de media. Berichtgeving over vrouwelijke politici gaat nog steeds – vaker dan bij de mannelijke collega’s – over onderwerpen zoals het uiterlijk of privéleven van de minister, in plaats van over inhoudelijke zaken zoals hun beleid en deskundigheid.

De ongelijke man/vrouw-verdeling in het kabinet heeft ook negatieve gevolgen voor de werkomstandigheden van vrouwelijke ministers. Eerder dit jaar kwam in het nieuws dat vrouwelijke ministers en staatssecretarissen vaker dan hun mannelijke collega’s in de rede werden gevallen of werden afgekapt. Zo vertelt voormalig minister van Buitenlandse Zaken, Sigrid Kaag, in een interview met de NOS: “Ik heb Rutte aangesproken op iets wat ik al een tijd waarnam, namelijk dat vrouwelijke bewindspersonen stelselmatig korter het woord kregen en werden afgekapt.” 

De andere vrouwelijke ministers vielen haar bij, ze pleiten voor een meer gelijke verdeling in het kabinet. Kasja Ollongren (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties): “Het zou goed zijn als het kabinet een afspiegeling is van de maatschappij. Je wil Nederland er meer in terugzien” (bron). 

Alleen wanneer meer vrouwen als minister in het kabinet zitting nemen en deze ongelijkheden blootleggen kan er verandering plaatsvinden en ruimte gecreëerd worden voor meer vrouwen in belangrijke politieke instellingen. Ook Neelie Kroes merkte dit op: “Ik zat met één andere vrouwelijke minister in dat eerste kabinet en was zelfs de enige vrouw in Lubbers II. Dan ben je een zware minderheid, dat werkt niet. Pas als je een derde hebt van het aantal om tafel kun je de sfeer en de cultuur veranderen” (bron). 

En nu? Verwachtingen voor het nieuwe kabinet

De kabinetsformatie na de verkiezingen van maart 2021 zijn nog in volle gang. Met de VVD en partijleider Rutte aan het hoofd leek er weinig hoop voor een gelijke man/vrouw-verdeling in het nieuwe kabinet. Tijdens een persconferentie over de kabinetsformatie in 2017 benadrukte hij nog dat er niet naar gestreefd werd om evenveel mannen als vrouwen in zijn kabinet op te nemen: “Mijn streven is de beste mensen te vinden. De verdeling man/vrouw is secundair.” Inmiddels lijkt er iets veranderd; de afgelopen week lekte er dat het nieuwe kabinet waarschijnlijk voor de helft uit vrouwen zal bestaan. 

Dat leidde tot positieve reacties, en natuurlijk kwam ook direct het ‘kwaliteitsargument’ weer boven; het blijkt voor velen nog steeds onvoorstelbaar dat vrouwen kwaliteiten bezitten. Zoals oud-wethouder Marjolein de Wit op Twitter zei: Dus het nieuwe Kabinet moet voor minimaal 50% uit mannen bestaan. Zal wel een hele klus worden om geschikte mannen te vinden. Want natuurlijk: dat kwaliteit belangrijk is staat buiten kijf. Gelukkig zijn er genoeg deskundige en ervaren vrouwen die ministerposten kunnen vervullen.

Tegelijkertijd is het helaas zo dat heersende gendernormen en stereotypen ervoor zorgen dat vrouwelijke competenties anders worden beoordeeld dan die van mannen. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat kiezers meer bewijs nodig hebben om te geloven dat een vrouwelijke politica competent genoeg is, terwijl mannen vaker als vanzelfsprekend verondersteld werden voldoende gekwalificeerd te zijn. Ook met een kabinet dat voor 50% uit vrouwen bestaat, lopen de vrouwelijke ministers dus meer risico om weggezet te worden als minder geschikt.

Tot nu toe miste Rutte kansen om een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in zijn kabinetten te verwezenlijken. Het kabinet is echter nog niet gevormd, dus er is nú de kans om het beter te doen. Om ze een zetje in de rug te geven lanceerde UN Women een petitie waarin de formateur(s) worden verzocht om een ministersploeg met minimaal 50 procent vrouwen samen te stellen. Klik hier om de petitie te tekenen en jouw steun te geven aan een meer representatief kabinet.

Meer weten?